Antibiotica profylaxe bij endoscopische onderzoeken

bacteriëmie bij een patiënt met klepafwijkingen kan een potentieel fatale infectieuze endocarditis veroorzaken. Los van de cardiale infecties zijn er nog andere infectieuze complicaties die het gevolg zijn van endoscopische procedures.

We beogen dus vnl. een preventie van: 


  • een symptomatische bacteriëmie
  • kolonisatie van orthopedische of andere, niet cardiale prothesen
  • pancreatico-biliaire sepsis na ERCP
  • wondinfectie na PEG-sonde plaatsing.

De risico’s op bacteriëmie zijn zowel patiënt - als onderzoek-afhankelijk.

Patiëntgebonden factoren:

Hoog risico patiënten: 

  • kunstklep
  • antecedenten van endocarditis
  • heelkundige systemisch – pulmonaire shunt
  • vasculaire endoprothese, binnen het jaar na plaatsing
  • peritoneaal dialyse

Gematigd of laag risico patiënten: 

  • mitralisklep insufficiëntie met prolaps
  • reumatisch congenitaal hartlijden of kleplijden
  • hypertrofe cardiomyopathie
  • ventriculo-peritoneale shunt
  • harttransplant
  • gematigde neutropenie

Geen risico patiënten: 

  • mitralisklep prolaps zonder insufficiëntie
  • pacemaker
  • atrium septum defect, ongecompliceerd
  • CABG
  • interne defibrillator
  • alle andere patiënten

Onderzoek gebonden factoren:

Hoog risico onderzoeken: 

  • slokdarmdilatatie
  • endoscopische behandeling van slokdarmvarices
  • laser behandeling van het hoog digestieve systeem
  • PEG-sonde plaatsing
  • ERCP voor biliaire obstructie of manipulatie van pancreaspseudocysten
  •  

Antibiotica schema’s:

Schema A: patiënten zonder penicilline allergie: cfr. schema vermeld in 5.7 bij endocarditis profylaxe.

Schema B: patiënten met penicilline allergie: cfr. schema vermeld in 5.7 bij endocarditis profylaxe.

Schema C: voor de biliaire procedures: IV quinolone net voor procedure.

Schema D: voor PEG-sonde plaatsing: 1g amoxicilline-clavulaanzuur IV, of 2g cefotaxime IV, 30 minuten voor procedure.

Schema E: patiënten met ernstige neutropenie: metronidazole 7.5 mg /kg toevoegen aan bovenstaande schema’s.

Aanbevelingen:

  • hoog risico ingreep, hoog risico patiënten: schema A of B; bij neutropenie + E
  • hoog risico ingreep, matig risico patiënten: antibiotica niet nodig, schema A of B kunnen in individuele omstandigheden overwogen worden.
  • hoog risico ingreep, geen risico patiënten: geen antibiotica.
  • laag risico ingreep, hoog risico patiënten: antibiotica niet nodig, schema A of B kunnen in individuele omstandigheden overwogen worden.
  • Laag risico ingreep, geen risico patiënten: geen antibiotica.
  • ERCP: alle patiënten met biliaire occlusie, pancreas pseudocyste, antecedenten van cholangitis of therapeutisch ERCP: schema C.
  • PEG-sonde plaatsing: alle patiënten schema D